UPLG 

Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) beschrijft op hoofdlijnen wat de provincie de komende tien jaar (2026-2035) wil gaan doen om het landelijk gebied te behouden en te versterken. De benodigde maatregelen zijn uitgewerkt in vier thema’s: water en bodem, natuur, klimaat en landbouw. 

Op 25 november 2025 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht het Ontwerp-UPLG 2026-2035 vastgesteld. 

Als werkgroep hebben wij een zienswijze ingediend. Wij waarderen de integrale benadering, waarbij actief is gekeken naar wat de natuur nodig heeft om te herstellen (ook versnippering, verdroging, pesticidenproblematiek). We stellen het op prijs dat er inzet wordt op breder hydrologisch herstel buiten Natura 2000-gebieden, waaronder herstel van kwelstromen, en op herstel van het NNN in zijn algemeenheid. Toch vragen we aandacht voor een groot aantal aspecten, waar aanpassing van het UPLG wenselijk of noodzakelijk is.

Hier onze zienswijze.

Definitieve vaststelling

Het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht heeft op 15 juli 2026 de eindversie van het UPLG vastgesteld. Wij zien positieve dingen, maar ook zaken die beter hadden gekund.

Algemeen

  • Het UPLG is vastgesteld en heeft geen goedkeuring nodig van Provinciale Staten. Wel zal in november de UPLG nog in de omgevingsverordening moeten worden vastgelegd tijdens een zitting van Provinciale Staten. Dat leidt  mogelijk tot aanscherping en aanpassingen via moties en amendementen.
  • Het provinciebestuur zet met dit UPLG een forse stap vooruit. Er ligt een concrete aanpak, waarin betekenisvolle stappen worden gezet.
  • Het uitstel van de invoering van de stikstofzonering tot 2029 is vinden wij echter een belangrijk minpunt, helemaal waar er aantoonbaar en door de provincie erkend sprake is van verslechtering. Dan is de provincie volgens de Raad van State verplicht om onmiddellijk te handelen.
  • In de brief aan Provinciale Staten heeft landsadvocaat Pels Rijcken voorzichtig positief geadviseerd, met de teneur dat zonder UPLG de vergunningverlening zeker niet op gang kon komen (problematiek van additionaliteit) en hiermee wellicht wel. Impliciet wordt door de landsadvocaat en door de provincie erkend dat het pakket aan maatregelen zoals verwoord in het UPLG nog niet genoeg is.
  • Het UPLG zal indien nodig worden aangepast aan het Rijksbeleid (stikstofpakket van Van Essen), maar pas na overleg en uitvaardiging van instructies van het Rijk aan de provincie.  

 Specifiek voor Kolland en Overlangbroek

  • De omschrijving van de problematiek voor K&O onderschrijven wij. De provincie volgt hiermee het geactualiseerde concept beheerplan. Als drukfactoren worden genoemd essentaksterfte, de hydrologie (onvoldoende kwel en teveel wegzijging), teveel stikstof en gebrek aan connectiviteit.  
  • Erkenning dat onderschrijding van de KDW niet betekent dat er geen stikstofprobleem blijft, er moet meer gebeuren en de provincie is verplicht daarvoor passende maatregelen te nemen. "Hoeveel depositie het Natura 2000-gebied in de huidige staat exact aankan is wetenschappelijk lastig concretiseren, maar vanuit het voorzorgsprincipe zijn wij verplicht om hierop passende maatregelen te nemen. Hoe meer we de stikstofdepositie reduceren samen met het aanpakken van de overige drukactoren, hoe groter de kans dat natuurherstel kan plaatsvinden".
  • Erkenning dat het qua bomenaanplant moet gaan om het beschermde habitattype, ofwel als Vogelkers-Essenbos ofwel als Elzenzegge-Elzenbroek.
  • Erkenning dat de dijkviltbraam een drukfactor is (en impliciet dus moet worden aangepakt, dat staat ook in het concept beheerplan).
©2026 | Kromme Rijncorridor
Webdesign: OK-Design